Jote, Miele en Nate

Jos Bours woont weliswaar al sinds 1965 niet meer in Limburg, maar de (taalkundige) verbondenheid met zijn geboortestreek is springlevend gebleven. In deze roman roept hij de wereld op van zijn jeugd, de tijd dat hij als jungske opgroeide in de Mijnstreek. Waargebeurde ervaringen van hemzelf en anderen mengt hij met zijn fantasie tot een nieuw verhaal vol raadsels en merkwaardigheden.

Haumann_Luursema_kinderen

Limburgse jungskes.

In 1935 liet Schunck in de mijnstad Heerlen door de architect Peutz het Glaspaleis bouwen, een hypermoderne kubus van vijf verdiepingen waarvan de buitenkant geheel van glas was. Het Glaspaleis was bij uitstek de winkel voor mijnkleding. In de gloriejaren na de oorlog adverteerde het modehuis Schunck met de slogan: “kwaliteit wint altijd”. De kinderen van de mijnwerkers pasten daar het matrozenpakje voor de eerste communie. Dan gingen de jungskes aan de hand van hun moeder het Glaspaleis binnen. Daar werden ze opgenomen in een zee van zon en licht, de liften zoefden geluidloos omhoog en vanaf het dak keken ze neer op hun donkere, kleinbehuisde bestaan daar beneden.

IMG_8355

Veel van die jungskes herinneren zich dat uitstapje met hun moeder als een speciaal moment. Het draaide even, een paar uur, om hún. Niet alleen het passen en aanschaffen van de nieuwe kleren was bijzonder, maar ook het gebakje daarna in de lunchroom op het dak van het Glaspaleis. Of  het ijsje bij La Venezia. Moeder en zoon waren voor één woensdagmiddag een samenzweerderig stel dat elkaar zonder woorden aanvoelde. Even was mamma van het jungske en van niemand anders. Maar daarna hernam het leven weer de normale gang.

indu0209

Misschien is zo’n ervaring wel tekenend voor de generatie jongens die in Limburg vlak na de oorlog werd geboren. In een nieuwe wereld met zeer traditionele normen waarin de eigenheid van kinderen niet zomaar werd gezien en gestimuleerd. Kinderen waren in die tijd vaak nog pionnen waarmee door volwassenen naar believen werd geschoven. Ze moesten als oudste vanzelfsprekend meehelpen thuis of waren voorbestemd om als jongste dochter later voor hun ouders te gaan zorgen. Meisjes mochten niet doorleren, die trouwden later toch. Jongens móesten soms juist doorleren – bijvoorbeeld om gefrustreerde dromen van ouders alsnog in vervulling te doen gaan. Of ze kregen een ‘roeping’ en gingen naar het seminarie omdat hun ouders dat graag zagen. Of ze werden maar zo’n beetje aan hun lot overgelaten. Ze hoorden erbij zoals het meubilair erbij hoorde. Wat dat voor de binnenwereld van die kinderen betekende, had in die tijd weinig belang.

6437676163_3ac83022fb_z

Het vrouwelijke.

Jote, Miele en Nate zijn ook van die jongetjes. De schrijver heeft hen in hun vroegste jeugd uit elkaar gehaald en daarmee benadrukt hoezeer deze kinderen op zichzelf zijn teruggeworpen. Ze proberen er in die omstandigheden het beste van te maken: Jote wil met  leerprestaties zijn stiefouders voor zich innemen, Nate zoekt een vervangende vader in zijn opa en zijn lievelingsoom, Miele troost zich met elk Lied ohne Worte dat zijn zwijgende tante dagelijks voor hem speelt. Ze trekken zich alle drie terug in hun binnenwereld, ieder op zijn eigen manier: Jote ontwikkelt een zorgende natuur, maar vergeet daarmee zijn eigen behoeftes, Nate leeft in een wereld van woorden en wacht op het moment dat het woord vlees kan worden, Miele dwaalt rond in een wereld vol magische verbanden.

Jote Miele en Nate, er zit iets liefkozends in die namen, iets van een verbondenheid, een drieëenheid, Ze hangen aan elkaar als natte klei, drie jongens die niet buiten elkaar kunnen en -o wreed lot-  juist zij worden dan in hun vroegste jeugd uit elkaar gehaald- en logisch toch dat ze derhalve de eerste de beste kans aangrijpen om weer bij elkaar te gaan wonen?- in hun ouderlijk huis nog wel. Daar vormen ze samen opnieuw het gezin dat ze zo hebben gemist. Maar ze zullen toch uiteindelijk letterlijk en figuurlijk dat ouderlijk huis moeten verlaten om één voor één het laatste stukje van hun geboorte af te maken en zichzelf te worden. Dat is hun odyssee.

Het vrouwelijke in hun levens is de evenwichtsbalk waarop ze zich overeind moeten houden: de dubbele verhouding met hun moeder die aantrekt en afstoot, de tantes met hun raadselachtige binnenlevens, de mooie patiënte – de zoveelste persoon die Jote totaal voor zich opeist, de minnares die vergeefs echt contact met hem zoekt. De onbegrijpelijke angst voor het vrouwelijke die de schuchtere Nate verlamt. En het onvoorspelbare gedrag van Miele, die op een dag met een vrouw uit de woestijn hun woning binnenkomt. “Achterom, alsof ze kind aan huis is.” Is het vreemd dat juist die vrouw, een vreemde vrouw, de levens van de drie broers op hun kop zal zetten en hen uit hun schulp doet kruipen? Een voor een verlaten ze dat ouderlijk huis en maken ze zich los van hun voorgeprogrammeerde bestaan. Ze trekken de wereld in. Op zoek naar zichzelf.

Het ontstaan.

Jos: “Een aantal jaren geleden hoorde ik van Marlies (mijn geliefde) dat er in haar (Limburgse) geboortedorp drie broers woonden. Die leefden samen in één huis en heetten Jote, Miele en Nate. Die merkwaardige namen fascineerden mij. Ooit zou ik een verhaal maken over drie mannen die zo heten. Ik popelde om te beginnen maar dwong mezelf de tijd te nemen. Maandenlang verzamelde ik eerst materiaal: opvallende gebeurtenissen, krantenberichten, magische zinnetjes van kinderen, losse invallen, opvallende namen en ervaringen die op een of andere manier waren gerelateerd aan het beeld dat ik had van de drie jungskes. Verder herlas ik de inhoudelijk en stilistisch schitterende “tweelingtrilogie” Het dikke schift, Het bewijs en De derde leugen van de in Hongarije geboren schrijfster Agota Kristof.

266px-Kristóf_Ágota_1954_Tablókép

Iran.

Tijdens en na een reis door Iran kwam alles opeens in een stroomversnelling. Ik weet niet of de wat onwerkelijke sfeer in dat land invloed had, maar ik bedacht op een ochtend (gezeten op de rand van een hotelbed) dat ze samen in één huis woonden, leefden volgens een absurd ritueel, in één bed sliepen met de jongste in het midden en dat ze hun huis Eden en hun tuin het paradijs noemden. Dat de oudste geld verdiende en voor zijn broers zorgde, maar dat alles wél moest gaan volgens zijn inzichten. Dat de jongste parasitair leefde, als een lelie des velds en af en toe ontsnapte- God weet waarheen. En dat de middelste een aarzelende zoekende fotograaf en schrijver was met een opvallende schroom voor vrouwen.

Dat was één.

Een paar dagen later bezochten we een afgelegen Iraans bergdorp “dat God met één machtige beweging van zijn hand tegen de berg had geplakt”. Ik bedacht dat één van de drie daar een tijdje met een vrouw uit die streek zou wonen en schreef ter plekke een ‘scène’.

IMG_2591

Die verbond ik met de ervaringen van één van mijn reisgenoten, die op een Iraans politiebureau was vastgehouden. Na zijn vrijlating deed hij mij verslag van de licht-krankzinnige verwikkelingen die in dat bureau hadden plaatsgevonden.

Toen ik van de reis thuiskwam, lag een dode vrouwtjesmerel ongeschonden voor onze achterdeur. Een paar dagen later herhaalde dit tafereel zich ergens anders: weer een dode vrouwtjesmerel die gaaf voor een achterdeur lag. Praktisch op hetzelfde moment deden zich bij twee vriendinnen sterfgevallen voor die me erg aangrepen.

Een paar maanden later vertelde een andere vriendin mij het waargebeurde verhaal over háár moeder die als kind met haar broertjes en zusjes op een avond onder ooms en tantes waren verdeeld, van het bed gelicht en meegenomen. De familie vond dat ze niet op de juiste manier werden opgevoed.

Dat was het moment waarop de roman werd verwekt.

Het basisidee.

Jote Miele en Nate zou ik iets vergelijkbaars laten overkomen. Hun vader zou overlijden terwijl zij nog heel jong waren, daardoor zou de moeder zó de weg kwijtraken dat de familie ging ingrijpen en de jongens onderling verdelen. Zodoende zouden ze opgroeien in drie totaal verschillende milieus terwijl hun echte moeder nooit ver weg was. Dat uitgangspunt verbond ik met de opzet die ik in Iran had bedacht: op oudere leeftijd  zouden ze weer in het ouderlijk huis gaan samenwonen “in een merkwaardig mannelijk samenlevingsverband”.

Toen kon ik eindelijk gaan schrijven.

Ik had nog geen idee hoe alles zich zou ontwikkelen, laat staan hoe de roman zou eindigen. Juni 2012 begon ik. Het eerste dat ik schreef was de opening: de jongens vonden een dode vrouwtjesmerel voor hun achterdeur en ze reageerden daar ieder op hun typische eigen wijze op. Daarna begon ik aan het verhaal: eerst aarzelend en zoekend, gebruik makend van ervaringen uit mijn eigen jeugd en de verhalen die ik ken van anderen. Én van mijn fantasie. Marlies las mijn wekelijkse productie, gaf commentaar en tips en samen praatten we over de associaties die de romanfiguren bij ons opriepen. En wat er zou kunnen gebeuren. De jongens en hun wereld werden steeds eigener en ‘echter’, ze gingen een eigen leven leiden. Ze glipten steeds verder onder mijn vingers vandaan. En nu zijn ze op zichzelf gaan wonen in een boek met een geheimzinnige lichtgevende voorkaft.”

Voorkant Omslag De jongens van het Glaspaleis (3)

De toegankelijkheid.

Over de stijl van de roman zegt Jos: “Ik heb lang niet alles in deze roman ingevuld en verklaard. Er wordt veel aan het voorstellingsvermogen van de lezer overgelaten, maar daarmee is de roman bepaald niet ontoegankelijk. In krachtige, korte, soms zelfs kortademige zinnen probeer ik de ontwikkelingen en de levenshoudingen van de jungskes te vangen. Die houdingen zijn verschillend, maar bij alle drie onmiskenbaar Limburgs.

In die wereld kunnen Jote, Nate en Miele met hun rijke gevoelswereld geen kant op. Het fragmentarische, onrustige en chaotische in hun levens wordt gevangen in een onrustige scenische vorm, waarbinnen ik naar believen schakel tussen heden en verleden. Zoals het leven zelf dat ook doet.”

IMG_8364

 

VERKRIJGBAARHEID DE JONGENS VAN HET GLASPALEIS

De uitgeverij meldt dat exemplaren niet meer via het Centrale Boekhuis te bestellen zijn. Bestellen kan vanaf nu uitsluitend via mij of via de winkel van de uitgeverij. Er zijn nog een beperkt aantal exemplaren beschikbaar.

josbours@gmail.com

of

http://www.ticshop.nl/Romans/spannende-boeken/De-jongens-van-het-Glaspaleis/flypage.tpl.html

 

Advertenties